De Roskam op Twitter    De Roskam op Facebook   

Opening CCVI

De stem van het gebrek. Ik vind dat ik beroerd spreek. Vooral het begin van een zin blijft soms ergens hangen. Het lijkt of heet eerste woord an mijn verhemelte plakt, dat duut even en dan stoot ik het uit. De resterende woorden van de zin hebben dan haast. Alsof ze de verloren gegane tijd moeten goedmaken. Als de zin luidt: 'Ik praat wat moeizaam' maak ik ervan: 'Ik pratwamoezaam.'

Het is heel aardig dat veel mensen zeggen dat het wel meevalt.  Ik oefen - vooral des nachts als niemand me hoort - door gedichten te declameren. En door let ter greep voor let ter greep  te articuleren.  Ik heb me een paar keer laten overhalen. Eerst door eind 2016 in Hof 88  de priester, pediker en poëet Huub Oosterhuis te interviewen die gelukkig besloot veel uit eigen werk te lezen.

Daarna liet ik me eind 2017 verleiden in Concordia een Preek van de Leek te houden, die  inhoudelijk wel deugde, maar spreektechnisch een drama was. En eind vorig jaar in een studio te Vroomshoop een politiek debat te leiden. Hoewel het volgens mij niks was, zeiden anderen dat het prima ging. Er zijn veel aardige mensen op de wereld, maar met de waarheid nemen ze het niet zo nauw.

 

 

Deel dit nieuws!