Vogelvreugd
De stad is een woestenij geworden dankzij tegeldrift en schuttingliefde. De Vinexbewoner wenst zich geen tuin vol bewerkelijk groen, waar de slavenarbeid van onkruidtrekken en de dure waar van de plaatselijke stijltuinboer geen wenkend perspectief bieden. Daarom een aaneenschakeling van planken om het territoir te duiden gecombineerd met het resultaat van de zwartwerkende stratenmaker. Graag ook de voortuin, zodat het autoblik daar gestald kan worden. Het is een gruwel: voor de tuinliefhebber, maar vooral ook voor de natuur.
Wij pakken dat anders aan. Althans, de wederhelft initieerde een bijna wekelijkse gang naar de grootgroengrutter, alwaar struiken, haakbeuk, watergoed voor de vijver en een oneindige reeks bloemen hebben geleid tot een Europese wildernis.
Aangezien in onze buurt het schuttinghout claustrofobische vormen aanneemt en de woestenij daarachter geen soelaas biedt voor vogel noch egel, is ons perceel thans gepromoveerd tot een vluchthaven voor deze dieren. De tot wasdom gegroeide struiken en hagen vormen een ideale nestgelegenheid, terwijl onze riante egelhuizen, voor veel aangeschaft bij wat vroeger de ABTB heette, bij het stijgen van het kwik leiden tot grommende en rochelende geluiden: onze stekelige vrienden zijn wakker.
Wat de vogels betreft: weliswaar heb ik, wiebelend op een hoge ladder en derhalve met gevaar voor eigen leven, op aanwijzingen van de eega allerlei huisjes van diverse afmetingen en afwijkende gaten opgehangen, de soorten voor wie de geriefelijke behuizing geschikt is, zijn onze jungle ingetrokken. Met name dankzij de in onze vijver badderende vogels en een sterke verrekijker kunnen wij waarnemen hoe groot de soortenrijkdom is, maar door de ondoordringbaarheid van ons particulier natuurterrein is het ons een raadsel waar het resultaat van de voortplanting zich ophoudt.
Ook in andere zin wordt er een actieve bijdrage van mij verwacht. Eekhoorns en een enkele rat hebben het op de eieren voorzien. Naast het van diverse zaden en ander vreterij voorzien van vogels en egels, dien ik die eierrovers – indien zij zich daaraan dreigen te zondigen – uit onze riante tuin te jagen door naar buiten te rennen en wilde kreten te slaken.
De tegelschuttinglui kijken ons soms meewarig aan. Denk ik, want we zien ze zelden.
Erik Endlich


